Openbaring 12:8
“Maar zij hielden geen stand; en hun plaats werd in de hemel niet meer gevonden.”
Kruisverwijzingen
Context
Openbaring 12 — omringende verzen
En er verscheen een ander teken in de hemel; en zie, een grote rode draak, met zeven hoofden en tien horens, en op zijn hoofden zeven kronen.
4En zijn staart sleepte het derde deel van de sterren des hemels mede en wierp die op de aarde; en de draak stond voor de vrouw die op het punt stond te baren, om haar kind te verslinden zodra het geboren zou worden.
5En zij baarde een mannelijk kind, dat alle volken zal hoeden met een ijzeren staf; en haar kind werd weggerukt naar God en naar Zijn troon.
6En de vrouw vluchtte naar de woestijn, waar zij een plaats heeft, door God bereid, opdat zij daar gevoed zou worden duizend tweehonderd en zestig dagen.
7En er was oorlog in de hemel: Michaël en zijn engelen streden tegen de draak; en de draak streed en zijn engelen,
Maar zij hielden geen stand; en hun plaats werd in de hemel niet meer gevonden.
En de grote draak werd geworpen, namelijk de oude slang, die genaamd wordt duivel en satan, die de gehele wereld verleidt; hij werd op de aarde geworpen, en zijn engelen werden met hem geworpen.
10En ik hoorde een luide stem zeggen in de hemel: Nu is de zaligheid en de kracht en het koninkrijk van onze God gekomen, en de macht van Zijn Christus; want de aanklager van onze broeders is neergeworpen, die hen dag en nacht aanklaagde voor onze God.
11En zij hebben hem overwonnen door het bloed van het Lam en door het woord van hun getuigenis; en zij hebben hun leven niet liefgehad tot de dood toe.
12Verheug u daarom, gij hemelen, en gij die daarin woont. Wee de bewoners van de aarde en van de zee! want de duivel is tot u neergedaald met grote toorn, omdat hij weet dat hij nog maar een korte tijd heeft.
13En toen de draak zag dat hij op de aarde geworpen was, vervolgde hij de vrouw die het mannelijke kind gebaard had.