Openbaring 14:1
“En ik zag, en zie, het Lam stond op de berg Sion, en met Hem honderd vierenveertigduizend, die de naam van Zijn Vader op hun voorhoofd geschreven hadden.”
Kruisverwijzingen
Context
Openbaring 14 — omringende verzen
En ik zag, en zie, het Lam stond op de berg Sion, en met Hem honderd vierenveertigduizend, die de naam van Zijn Vader op hun voorhoofd geschreven hadden.
En ik hoorde een stem uit de hemel, als het geluid van vele wateren en als het geluid van een grote donderslag; en ik hoorde de stem van harpspelers die op hun harpen speelden.
3En zij zongen als een nieuw lied voor de troon, en voor de vier dieren en de oudsten; en niemand kon dat lied leren, behalve de honderd vierenveertigduizend die van de aarde verlost waren.
4Dezen zijn het die zich niet met vrouwen hebben bevlekt, want zij zijn maagden. Dezen zijn het die het Lam volgen waar Hij ook heengaat. Dezen zijn verlost uit de mensen, als eerstelingen voor God en voor het Lam.
5En in hun mond werd geen bedrog gevonden; want zij zijn smetteloos voor de troon van God.
6En ik zag een andere engel vliegen in het midden des hemels, die een eeuwig evangelie had om te verkondigen aan hen die op de aarde wonen, en aan elk volk en stam en taal en natie,