Terug naar Openbaring 18
VSV
Statenvertaling

Openbaring 18:16

En zeggende: Wee, wee die grote stad, die gekleed was in fijn linnen en purper en scharlaken, en versierd met goud en edelgesteenten en parels!

Kruisverwijzingen

Context

Openbaring 18 — omringende verzen

11

En de kooplieden der aarde zullen over haar wenen en rouwen; want niemand koopt hun koopwaar meer:

12

De koopwaar van goud en zilver, en edelgesteenten en parels, en fijn linnen en purper, en zijde en scharlaken, en allerlei thynahout, en allerlei voorwerpen van ivoor, en allerlei voorwerpen van het kostbaarste hout, en van koper, en ijzer, en marmer,

13

En kaneel, en reukwerk, en zalven, en wierook, en wijn, en olie, en fijn meel, en tarwe, en vee, en schapen, en paarden, en wagens, en slaven, en zielen van mensen.

14

En de vruchten waarnaar uw ziel begeerde, zijn van u geweken, en al wat heerlijk en prachtig was, is van u geweken, en gij zult die geenszins meer vinden.

15

De kooplieden van deze dingen, die door haar rijk geworden zijn, zullen van verre staan uit vrees voor haar pijniging, wenende en weeklagende,

16

En zeggende: Wee, wee die grote stad, die gekleed was in fijn linnen en purper en scharlaken, en versierd met goud en edelgesteenten en parels!

17

Want in één uur is zo grote rijkdom tot niet geworden. En iedere stuurman, en al het scheepsvolk, en de zeelieden, en allen die op zee handeldrijven, stonden van verre,

18

En riepen toen zij de rook van haar verbranding zagen, en zeiden: Welke stad is gelijk aan deze grote stad!

19

En zij wierpen stof op hun hoofden en riepen, wenende en weeklagende, en zeiden: Wee, wee die grote stad, waardoor allen die schepen op zee hadden, rijk werden door haar kostbaarheden! want in één uur is zij verwoest.

20

Verheug u over haar, gij hemel, en gij heilige apostelen en profeten; want God heeft uw zaak op haar gewroken.

21

En een machtige engel hief een steen op, groot als een molensteen, en wierp hem in de zee, zeggende: Zo zal die grote stad Babylon met geweld neergeworpen worden, en zij zal geenszins meer gevonden worden.