Terug naar Openbaring 21
VSV
Statenvertaling

Openbaring 21:4

En God zal alle tranen van hun ogen afwissen; en de dood zal er niet meer zijn, noch rouw, noch geschrei, noch pijn zal er meer zijn: want de eerste dingen zijn voorbijgegaan.

Kruisverwijzingen

Context

Openbaring 21 — omringende verzen

1

En ik zag een nieuwe hemel en een nieuwe aarde: want de eerste hemel en de eerste aarde waren voorbijgegaan; en de zee was er niet meer.

2

En ik, Johannes, zag de heilige stad, het nieuwe Jeruzalem, nederdalen van God uit de hemel, toebereid als een bruid die voor haar man versierd is.

3

En ik hoorde een grote stem uit de hemel zeggen: Zie, de tabernakel van God is bij de mensen, en Hij zal bij hen wonen, en zij zullen Zijn volk zijn, en God Zelf zal bij hen zijn en hun God zijn.

4

En God zal alle tranen van hun ogen afwissen; en de dood zal er niet meer zijn, noch rouw, noch geschrei, noch pijn zal er meer zijn: want de eerste dingen zijn voorbijgegaan.

5

En Hij die op de troon zat, sprak: Zie, Ik maak alle dingen nieuw. En Hij zei tot mij: Schrijf, want deze woorden zijn waarachtig en getrouw.

6

En Hij zei tot mij: Het is geschied. Ik ben de Alfa en de Omega, het begin en het einde. Ik zal hem die dorst heeft, vrijelijk geven van de fontein van het water des levens.

7

Wie overwint, zal alles beërven; en Ik zal hem tot een God zijn, en hij zal Mij tot een zoon zijn.

8

Maar de vreesachtigen, en de ongelovigen, en de gruwelijken, en de moordenaars, en de hoereerders, en de tovenaars, en de afgodendienaars, en alle leugenaars, zullen hun deel hebben in de poel die brandt van vuur en zwavel; dit is de tweede dood.

9

En een van de zeven engelen die de zeven schalen hadden, vol van de zeven laatste plagen, kwam tot mij en sprak met mij, zeggende: Kom herwaarts, ik zal u de bruid, de vrouw des Lams, tonen.