Openbaring 6:16
“En zij zeiden tot de bergen en de rotsen: Val op ons en verberg ons voor het aangezicht van Hem Die op de troon zit en voor de toorn van het Lam,”
Kruisverwijzingen
Context
Openbaring 6 — omringende verzen
En aan ieder van hen werden witte kleding gegeven, en hun werd gezegd dat zij nog een korte tijd moesten rusten, totdat ook hun mededienstknechten en hun broeders, die gedood zouden worden zoals zij, voleindigd zouden zijn.
12En ik zag toen Hij het zesde zegel geopend had, en zie, er kwam een grote aardbeving, en de zon werd zwart als een haren zak, en de maan werd als bloed.
13En de sterren des hemels vielen op de aarde, zoals een vijgenboom zijn onrijpe vijgen afwerpt wanneer hij door een hevige wind geschud wordt.
14En de hemel week uiteen als een boekrol die opgerold wordt, en alle bergen en eilanden werden uit hun plaatsen bewogen.
15En de koningen der aarde en de groten en de rijken en de oversten over duizend en de machtigen en elke slaaf en elke vrije verborgen zich in de spelonken en in de rotsen der bergen.
En zij zeiden tot de bergen en de rotsen: Val op ons en verberg ons voor het aangezicht van Hem Die op de troon zit en voor de toorn van het Lam,
want de grote dag van Zijn toorn is gekomen, en wie kan bestaan?