Openbaring 6:12
“En ik zag toen Hij het zesde zegel geopend had, en zie, er kwam een grote aardbeving, en de zon werd zwart als een haren zak, en de maan werd als bloed.”
Kruisverwijzingen
Context
Openbaring 6 — omringende verzen
En toen Hij het vierde zegel geopend had, hoorde ik de stem van het vierde dier zeggen: Kom en zie.
8En ik zag, en zie, een vaal paard, en de naam van hem die daarop zat, was Dood, en het rijk van de dood volgde met hem. En hun werd macht gegeven over het vierde deel van de aarde, om te doden met het zwaard en met honger en met de dood en door de wilde dieren der aarde.
9En toen Hij het vijfde zegel geopend had, zag ik onder het altaar de zielen van hen die gedood waren om het Woord Gods en om de getuigenis die zij hadden.
10En zij riepen met luider stem en zeiden: Hoelang, o Heer, heilig en waarachtig, oordeelt en wreekt U ons bloed niet op hen die op de aarde wonen?
11En aan ieder van hen werden witte kleding gegeven, en hun werd gezegd dat zij nog een korte tijd moesten rusten, totdat ook hun mededienstknechten en hun broeders, die gedood zouden worden zoals zij, voleindigd zouden zijn.
En ik zag toen Hij het zesde zegel geopend had, en zie, er kwam een grote aardbeving, en de zon werd zwart als een haren zak, en de maan werd als bloed.
En de sterren des hemels vielen op de aarde, zoals een vijgenboom zijn onrijpe vijgen afwerpt wanneer hij door een hevige wind geschud wordt.
14En de hemel week uiteen als een boekrol die opgerold wordt, en alle bergen en eilanden werden uit hun plaatsen bewogen.
15En de koningen der aarde en de groten en de rijken en de oversten over duizend en de machtigen en elke slaaf en elke vrije verborgen zich in de spelonken en in de rotsen der bergen.
16En zij zeiden tot de bergen en de rotsen: Val op ons en verberg ons voor het aangezicht van Hem Die op de troon zit en voor de toorn van het Lam,
17want de grote dag van Zijn toorn is gekomen, en wie kan bestaan?