Openbaring 6:9
“En toen Hij het vijfde zegel geopend had, zag ik onder het altaar de zielen van hen die gedood waren om het Woord Gods en om de getuigenis die zij hadden.”
Kruisverwijzingen
Context
Openbaring 6 — omringende verzen
En er ging een ander paard uit, dat rood was; en hem die daarop zat, werd macht gegeven om de vrede van de aarde weg te nemen en te maken dat zij elkaar zouden doden; en hem werd een groot zwaard gegeven.
5En toen Hij het derde zegel geopend had, hoorde ik het derde dier zeggen: Kom en zie. En ik zag, en zie, een zwart paard, en hij die daarop zat, had een weegschaal in zijn hand.
6En ik hoorde een stem in het midden van de vier dieren zeggen: Een maat tarwe voor een penning, en drie maten gerst voor een penning; en beschadig de olie en de wijn niet.
7En toen Hij het vierde zegel geopend had, hoorde ik de stem van het vierde dier zeggen: Kom en zie.
8En ik zag, en zie, een vaal paard, en de naam van hem die daarop zat, was Dood, en het rijk van de dood volgde met hem. En hun werd macht gegeven over het vierde deel van de aarde, om te doden met het zwaard en met honger en met de dood en door de wilde dieren der aarde.
En toen Hij het vijfde zegel geopend had, zag ik onder het altaar de zielen van hen die gedood waren om het Woord Gods en om de getuigenis die zij hadden.
En zij riepen met luider stem en zeiden: Hoelang, o Heer, heilig en waarachtig, oordeelt en wreekt U ons bloed niet op hen die op de aarde wonen?
11En aan ieder van hen werden witte kleding gegeven, en hun werd gezegd dat zij nog een korte tijd moesten rusten, totdat ook hun mededienstknechten en hun broeders, die gedood zouden worden zoals zij, voleindigd zouden zijn.
12En ik zag toen Hij het zesde zegel geopend had, en zie, er kwam een grote aardbeving, en de zon werd zwart als een haren zak, en de maan werd als bloed.
13En de sterren des hemels vielen op de aarde, zoals een vijgenboom zijn onrijpe vijgen afwerpt wanneer hij door een hevige wind geschud wordt.
14En de hemel week uiteen als een boekrol die opgerold wordt, en alle bergen en eilanden werden uit hun plaatsen bewogen.