Prediker 4:5
“De dwaas vouwt zijn handen ineen en verteert zijn eigen vlees.”
Kruisverwijzingen
Context
Prediker 4 — omringende verzen
Zo keerde ik mij en beschouwde al de verdrukkingen die gedaan worden onder de zon; en zie, de tranen van de verdrukten, en zij hadden geen trooster; en aan de zijde van hun verdrukkers was macht, maar zij hadden geen trooster.
2Daarom prees ik de doden die reeds gestorven zijn, meer dan de levenden die nog in leven zijn.
3Ja, gelukkiger dan beiden is hij die nog niet geweest is, die de kwade werken niet gezien heeft die gedaan worden onder de zon.
4Voorts beschouwde ik al het zwoegen en al het bekwame werk, dat een mens daarvoor benijd wordt door zijn naaste. Dit is ook ijdelheid en kwelling des geestes.
De dwaas vouwt zijn handen ineen en verteert zijn eigen vlees.
Beter is een handvol met rust dan beide handen vol met zwoegen en kwelling des geestes.
7Toen keerde ik mij en zag opnieuw ijdelheid onder de zon.
8Er is één alleen, zonder een tweede; ja, hij heeft noch kind noch broeder; en toch is er geen einde aan al zijn arbeid, en zijn oog is nooit verzadigd van rijkdom; en hij zegt niet: Voor wie zwoeg ik en ontneem ik mijn ziel het goede? Dit is ook ijdelheid, ja, het is een droeve kwelling.
9Twee zijn beter dan één, want zij hebben een goede beloning voor hun arbeid.
10Want als zij vallen, zal de één zijn metgezel oprichten; maar wee hem die alleen is wanneer hij valt, want hij heeft geen ander om hem op te helpen.