Psalmen 10:3
“Want de goddeloze roemt over de begeerte van zijn hart, en zegent de hebzuchtige, die de HEER veracht.”
Kruisverwijzingen
Context
Psalmen 10 — omringende verzen
Waarom staat U ver af, O HEER? waarom verbergt U Zich in tijden van benauwdheid?
2De goddeloze vervolgt in zijn hoogmoed de arme; laat hen gevangen worden in de listen die zij bedacht hebben.
Want de goddeloze roemt over de begeerte van zijn hart, en zegent de hebzuchtige, die de HEER veracht.
De goddeloze zoekt in de trots van zijn gelaat God niet; God is in al zijn gedachten niet.
5Zijn wegen zijn te allen tijde verdorven; Uw oordelen zijn ver boven zijn gezicht verheven; al zijn vijanden blaast hij weg.
6Hij heeft in zijn hart gezegd: Ik zal niet wankelen; want ik zal nooit in tegenspoed zijn.
7Zijn mond is vol vloek en bedrog en geweld; onder zijn tong is onheil en ijdelheid.
8Hij zit op de loerplaatsen der dorpen; op verborgen plaatsen vermoordt hij de onschuldige; zijn ogen zijn heimelijk op de arme gericht.