Psalmen 10:6
“Hij heeft in zijn hart gezegd: Ik zal niet wankelen; want ik zal nooit in tegenspoed zijn.”
Kruisverwijzingen
Context
Psalmen 10 — omringende verzen
Waarom staat U ver af, O HEER? waarom verbergt U Zich in tijden van benauwdheid?
2De goddeloze vervolgt in zijn hoogmoed de arme; laat hen gevangen worden in de listen die zij bedacht hebben.
3Want de goddeloze roemt over de begeerte van zijn hart, en zegent de hebzuchtige, die de HEER veracht.
4De goddeloze zoekt in de trots van zijn gelaat God niet; God is in al zijn gedachten niet.
5Zijn wegen zijn te allen tijde verdorven; Uw oordelen zijn ver boven zijn gezicht verheven; al zijn vijanden blaast hij weg.
Hij heeft in zijn hart gezegd: Ik zal niet wankelen; want ik zal nooit in tegenspoed zijn.
Zijn mond is vol vloek en bedrog en geweld; onder zijn tong is onheil en ijdelheid.
8Hij zit op de loerplaatsen der dorpen; op verborgen plaatsen vermoordt hij de onschuldige; zijn ogen zijn heimelijk op de arme gericht.
9Hij ligt als een leeuw in zijn hol op de loer; hij loert om de arme te grijpen; hij grijpt de arme wanneer hij hem in zijn net trekt.
10Hij kromt zich en buigt zich neer, opdat de arme valt door zijn geweldige mannen.
11Hij heeft in zijn hart gezegd: God heeft het vergeten; Hij verbergt Zijn aangezicht; Hij zal het nimmer zien.