Psalmen 10:9
“Hij ligt als een leeuw in zijn hol op de loer; hij loert om de arme te grijpen; hij grijpt de arme wanneer hij hem in zijn net trekt.”
Kruisverwijzingen
Context
Psalmen 10 — omringende verzen
De goddeloze zoekt in de trots van zijn gelaat God niet; God is in al zijn gedachten niet.
5Zijn wegen zijn te allen tijde verdorven; Uw oordelen zijn ver boven zijn gezicht verheven; al zijn vijanden blaast hij weg.
6Hij heeft in zijn hart gezegd: Ik zal niet wankelen; want ik zal nooit in tegenspoed zijn.
7Zijn mond is vol vloek en bedrog en geweld; onder zijn tong is onheil en ijdelheid.
8Hij zit op de loerplaatsen der dorpen; op verborgen plaatsen vermoordt hij de onschuldige; zijn ogen zijn heimelijk op de arme gericht.
Hij ligt als een leeuw in zijn hol op de loer; hij loert om de arme te grijpen; hij grijpt de arme wanneer hij hem in zijn net trekt.
Hij kromt zich en buigt zich neer, opdat de arme valt door zijn geweldige mannen.
11Hij heeft in zijn hart gezegd: God heeft het vergeten; Hij verbergt Zijn aangezicht; Hij zal het nimmer zien.
12Sta op, O HEER; O God, hef Uw hand op; vergeet de ellendigen niet.
13Waarom veracht de goddeloze God? hij heeft in zijn hart gezegd: U zult het niet eisen.
14U hebt het gezien; want U aanschouwt moeite en verdriet, om het met Uw hand te vergelden; de arme beveelt zichzelf aan U toe; U bent de helper van de wees.