Psalmen 115:5
“Zij hebben een mond, maar spreken niet; ogen hebben zij, maar zien niet;”
Kruisverwijzingen
Context
Psalmen 115 — omringende verzen
Niet aan ons, o HEER, niet aan ons, maar aan Uw naam geef eer, om Uw goedertierenheid en om Uw waarheid.
2Waarom zouden de heidenen zeggen: Waar is nu hun God?
3Maar onze God is in de hemelen; Hij heeft gedaan alles wat Hem behaagd heeft.
4Hun afgoden zijn zilver en goud, het werk van mensenhanden.
Zij hebben een mond, maar spreken niet; ogen hebben zij, maar zien niet;
Oren hebben zij, maar horen niet; neuzen hebben zij, maar ruiken niet;
7Handen hebben zij, maar tasten niet; voeten hebben zij, maar gaan niet; zij spreken ook niet met hun keel.
8Die hen maken, zijn hun gelijk; zo is een ieder die op hen vertrouwt.
9O Israël, vertrouw op de HEER; Hij is hun hulp en hun schild.
10O huis van Aäron, vertrouw op de HEER; Hij is hun hulp en hun schild.