Psalmen 115:7
“Handen hebben zij, maar tasten niet; voeten hebben zij, maar gaan niet; zij spreken ook niet met hun keel.”
Kruisverwijzingen
Context
Psalmen 115 — omringende verzen
Waarom zouden de heidenen zeggen: Waar is nu hun God?
3Maar onze God is in de hemelen; Hij heeft gedaan alles wat Hem behaagd heeft.
4Hun afgoden zijn zilver en goud, het werk van mensenhanden.
5Zij hebben een mond, maar spreken niet; ogen hebben zij, maar zien niet;
6Oren hebben zij, maar horen niet; neuzen hebben zij, maar ruiken niet;
Handen hebben zij, maar tasten niet; voeten hebben zij, maar gaan niet; zij spreken ook niet met hun keel.
Die hen maken, zijn hun gelijk; zo is een ieder die op hen vertrouwt.
9O Israël, vertrouw op de HEER; Hij is hun hulp en hun schild.
10O huis van Aäron, vertrouw op de HEER; Hij is hun hulp en hun schild.
11Gij die de HEER vreest, vertrouwt op de HEER; Hij is hun hulp en hun schild.
12De HEER heeft aan ons gedacht; Hij zal zegenen; Hij zal het huis van Israël zegenen; Hij zal het huis van Aäron zegenen.