VSV
StatenvertalingPsalmen 129:8
“En zij die voorbijgaan, zeggen niet: De zegen van de HEER zij over u; wij zegenen u in de naam van de HEER.”
Kruisverwijzingen
Context
Psalmen 129 — omringende verzen
3
De ploegenden hebben op mijn rug geploegd; zij hebben hun voren lang gemaakt.
4De HEER is rechtvaardig; Hij heeft de touwen der goddelozen doorgesneden.
5Laten allen die Sion haten, beschaamd worden en terugwijken.
6Laten zij zijn als het gras op de daken, dat verdort voordat het opgroeit;
7Waarmee de maaier zijn hand niet vult, noch hij die de schoven bindt zijn schoot.
8
En zij die voorbijgaan, zeggen niet: De zegen van de HEER zij over u; wij zegenen u in de naam van de HEER.