Psalmen 26:8
“HEER, ik heb de woning van Uw huis liefgehad, en de plaats waar Uw eer woont.”
Kruisverwijzingen
Context
Psalmen 26 — omringende verzen
Want Uw goedertierenheid is voor mijn ogen, en ik wandel in Uw waarheid.
4Ik heb niet gezeten bij ijdele lieden, en met huichelaars ga ik niet om.
5Ik heb de vergadering der boosdoeners gehaat en zal niet zitten bij de goddelozen.
6Ik zal mijn handen wassen in onschuld en zo Uw altaar omgaan, o HEER,
7Om te laten horen de stem des danks en te vertellen al Uw wonderwerken.
HEER, ik heb de woning van Uw huis liefgehad, en de plaats waar Uw eer woont.
Neem mijn ziel niet weg met de zondaars, noch mijn leven met de bloeddorstige mannen,
10In wier handen schandelijke daden zijn, en wier rechterhand vol is van geschenken.
11Maar ik zal wandelen in mijn oprechtheid; verlos mij en wees mij genadig.
12Mijn voet staat op effen grond; in de vergaderingen zal ik de HEER loven.