Psalmen 26
Doe mij recht, o HEER, want ik heb in mijn oprechtheid gewandeld; ik heb ook op de HEER vertrouwd, daarom zal ik niet wankelen.
Doorgrond mij, o HEER, en beproef mij, toets mijn nieren en mijn hart.
Want Uw goedertierenheid is voor mijn ogen, en ik wandel in Uw waarheid.
Ik heb niet gezeten bij ijdele lieden, en met huichelaars ga ik niet om.
Ik heb de vergadering der boosdoeners gehaat en zal niet zitten bij de goddelozen.
Ik zal mijn handen wassen in onschuld en zo Uw altaar omgaan, o HEER,
Om te laten horen de stem des danks en te vertellen al Uw wonderwerken.
HEER, ik heb de woning van Uw huis liefgehad, en de plaats waar Uw eer woont.
Neem mijn ziel niet weg met de zondaars, noch mijn leven met de bloeddorstige mannen,
In wier handen schandelijke daden zijn, en wier rechterhand vol is van geschenken.
Maar ik zal wandelen in mijn oprechtheid; verlos mij en wees mij genadig.
Mijn voet staat op effen grond; in de vergaderingen zal ik de HEER loven.
12 verzen
Statenvertaling