Psalmen 25
Tot U, o HEER, hef ik mijn ziel op.
Mijn God, op U vertrouw ik; laat mij niet beschaamd worden, laat mijn vijanden niet over mij zegevieren.
Ja, laat niemand die op U wacht beschaamd worden; laat hen beschaamd worden die zonder oorzaak trouweloos handelen.
Toon mij Uw wegen, o HEER, leer mij Uw paden.
Leid mij in Uw waarheid en leer mij, want U bent de God mijns heils; op U wacht ik de ganse dag.
Gedenk, o HEER, Uw barmhartigheden en Uw goedertierenheden, want zij zijn van oudsher.
Gedenk niet de zonden van mijn jeugd, noch mijn overtredingen; gedenk mij naar Uw goedertierenheid, om Uwer goedheid wil, o HEER.
Goed en oprecht is de HEER, daarom zal Hij zondaren onderwijzen in de weg.
De zachtmoedigen zal Hij leiden in het recht, en de zachtmoedigen zal Hij Zijn weg leren.
Al de paden des HEREN zijn goedertierenheid en waarheid voor hen die Zijn verbond en Zijn getuigenissen bewaren.
Om Uws Naams wil, o HEER, vergeef mijn ongerechtigheid, want zij is groot.
Wie is de man die de HEER vreest? Hem zal Hij onderwijzen in de weg die hij kiezen moet.
Zijn ziel zal in voorspoed wonen, en zijn nageslacht zal de aarde beërven.
Het geheim des HEREN is voor hen die Hem vrezen, en Hij zal hun Zijn verbond doen kennen.
Mijn ogen zijn steeds op de HEER gericht, want Hij zal mijn voeten uit het net trekken.
Wend U tot mij en wees mij genadig, want ik ben eenzaam en verdrukt.
De benauwdheden van mijn hart zijn vermenigvuldigd; voer mij uit mijn angsten.
Zie mijn ellende en mijn moeite aan, en vergeef al mijn zonden.
Zie mijn vijanden aan, want zij zijn velen, en zij haten mij met een grimmige haat.
Bewaar mijn ziel en red mij; laat mij niet beschaamd worden, want ik neem mijn toevlucht tot U.
Laat oprechtheid en rechtschapenheid mij behoeden, want ik verwacht U.
Verlos Israël, o God, uit al zijn benauwdheden.
22 verzen
Statenvertaling