VSV
StatenvertalingPsalmen 25:3
“Ja, laat niemand die op U wacht beschaamd worden; laat hen beschaamd worden die zonder oorzaak trouweloos handelen.”
Kruisverwijzingen
Context
Psalmen 25 — omringende verzen
1
Tot U, o HEER, hef ik mijn ziel op.
2Mijn God, op U vertrouw ik; laat mij niet beschaamd worden, laat mijn vijanden niet over mij zegevieren.
3
4Ja, laat niemand die op U wacht beschaamd worden; laat hen beschaamd worden die zonder oorzaak trouweloos handelen.
Toon mij Uw wegen, o HEER, leer mij Uw paden.
5Leid mij in Uw waarheid en leer mij, want U bent de God mijns heils; op U wacht ik de ganse dag.
6Gedenk, o HEER, Uw barmhartigheden en Uw goedertierenheden, want zij zijn van oudsher.
7Gedenk niet de zonden van mijn jeugd, noch mijn overtredingen; gedenk mij naar Uw goedertierenheid, om Uwer goedheid wil, o HEER.
8Goed en oprecht is de HEER, daarom zal Hij zondaren onderwijzen in de weg.