Psalmen 25:6
“Gedenk, o HEER, Uw barmhartigheden en Uw goedertierenheden, want zij zijn van oudsher.”
Kruisverwijzingen
Context
Psalmen 25 — omringende verzen
Tot U, o HEER, hef ik mijn ziel op.
2Mijn God, op U vertrouw ik; laat mij niet beschaamd worden, laat mijn vijanden niet over mij zegevieren.
3Ja, laat niemand die op U wacht beschaamd worden; laat hen beschaamd worden die zonder oorzaak trouweloos handelen.
4Toon mij Uw wegen, o HEER, leer mij Uw paden.
5Leid mij in Uw waarheid en leer mij, want U bent de God mijns heils; op U wacht ik de ganse dag.
Gedenk, o HEER, Uw barmhartigheden en Uw goedertierenheden, want zij zijn van oudsher.
Gedenk niet de zonden van mijn jeugd, noch mijn overtredingen; gedenk mij naar Uw goedertierenheid, om Uwer goedheid wil, o HEER.
8Goed en oprecht is de HEER, daarom zal Hij zondaren onderwijzen in de weg.
9De zachtmoedigen zal Hij leiden in het recht, en de zachtmoedigen zal Hij Zijn weg leren.
10Al de paden des HEREN zijn goedertierenheid en waarheid voor hen die Zijn verbond en Zijn getuigenissen bewaren.
11Om Uws Naams wil, o HEER, vergeef mijn ongerechtigheid, want zij is groot.