Psalmen 42:5
“Wat buigt gij u neder, o mijn ziel, en waarom zijt gij onrustig in mij? Hoop op God, want ik zal Hem nog loven om de verlossing van Zijn aangezicht.”
Kruisverwijzingen
Context
Psalmen 42 — omringende verzen
Zoals een hert smacht naar de waterbeken, zo smacht mijn ziel naar U, o God.
2Mijn ziel dorst naar God, naar de levende God; wanneer zal ik komen en voor Gods aangezicht verschijnen?
3Mijn tranen zijn mij tot spijs geweest dag en nacht, terwijl zij de gehele dag tot mij zeggen: Waar is uw God?
4Als ik hieraan denk, dan stort ik mijn ziel uit in mij; want ik ging met de menigte, ik trok met hen op naar het huis van God, met een stem van gejuich en lofprijzing, met een feestvierende menigte.
Wat buigt gij u neder, o mijn ziel, en waarom zijt gij onrustig in mij? Hoop op God, want ik zal Hem nog loven om de verlossing van Zijn aangezicht.
Mijn God, mijn ziel buigt zich neder in mij; daarom zal ik aan U gedenken vanuit het land van de Jordaan en de Hermon, vanuit de berg Mizar.
7De afgrond roept tot de afgrond bij het gedruis van Uw watervallen; al Uw baren en Uw golven zijn over mij heengegaan.
8Doch de HEER zal bij dag Zijn goedertierenheid gebieden, en des nachts zal Zijn lied bij mij zijn, een gebed tot de God van mijn leven.
9Ik zal tot God, mijn Rots, zeggen: Waarom hebt Gij mij vergeten? Waarom ga ik in het zwart vanwege de verdrukking van de vijand?
10Als een verbreking in mijn gebeente honen mij mijn vijanden, terwijl zij de gehele dag tot mij zeggen: Waar is uw God?