VSV
StatenvertalingPsalmen 46:2
“Daarom zullen wij niet vrezen, al wordt de aarde verplaatst en al worden de bergen in het midden der zee gedragen;”
Kruisverwijzingen
Context
Psalmen 46 — omringende verzen
1
God is onze toevlucht en sterkte, een zeer nabije hulp in benauwdheid.
2
3Daarom zullen wij niet vrezen, al wordt de aarde verplaatst en al worden de bergen in het midden der zee gedragen;
Al bruisen en woelen haar wateren, al beven de bergen door haar onstuimigheid. Sela.
4Er is een rivier, welker stromen de stad Gods verblijden, de heilige woning van de Allerhoogste.
5God is in haar midden; zij zal niet wankelen; God zal haar helpen, en dat reeds in het vroege morgenuur.
6De heidenvolken tierden, de koninkrijken wankelden; Hij verhief Zijn stem, de aarde smolt weg.
7De HEER der heerscharen is met ons; de God van Jakob is onze toevlucht. Sela.