Psalmen 46:4
“Er is een rivier, welker stromen de stad Gods verblijden, de heilige woning van de Allerhoogste.”
Kruisverwijzingen
Context
Psalmen 46 — omringende verzen
God is onze toevlucht en sterkte, een zeer nabije hulp in benauwdheid.
2Daarom zullen wij niet vrezen, al wordt de aarde verplaatst en al worden de bergen in het midden der zee gedragen;
3Al bruisen en woelen haar wateren, al beven de bergen door haar onstuimigheid. Sela.
Er is een rivier, welker stromen de stad Gods verblijden, de heilige woning van de Allerhoogste.
God is in haar midden; zij zal niet wankelen; God zal haar helpen, en dat reeds in het vroege morgenuur.
6De heidenvolken tierden, de koninkrijken wankelden; Hij verhief Zijn stem, de aarde smolt weg.
7De HEER der heerscharen is met ons; de God van Jakob is onze toevlucht. Sela.
8Komt, aanschouwt de werken van de HEER, welke verwoestingen Hij op de aarde heeft aangericht.
9Hij doet oorlogen ophouden tot aan het einde der aarde; Hij breekt de boog en hakt de speer in stukken; de wagens verbrandt Hij in het vuur.