Psalmen 5:4
“Want U bent geen God die welgevallen heeft in goddeloosheid; het kwaad zal bij U niet verkeren.”
Kruisverwijzingen
Context
Psalmen 5 — omringende verzen
Neem mijn woorden ter ore, o HEER, merk op mijn overdenking.
2Luister naar de stem van mijn geroep, mijn Koning en mijn God, want tot U bid ik.
3Des morgens zult U mijn stem horen, o HEER; des morgens zal ik mijn gebed tot U richten en zal uitzien.
Want U bent geen God die welgevallen heeft in goddeloosheid; het kwaad zal bij U niet verkeren.
De dwazen zullen niet bestaan voor Uw ogen; U haat allen die ongerechtigheid bedrijven.
6U zult hen verderven die leugen spreken; de HEER verafschuwt de bloeddorstige en bedrieglijke man.
7Maar ik zal door de veelheid van Uw goedertierenheid Uw huis binnengaan; in Uw vreze zal ik mij neerbukken naar Uw heilig tempelhuis.
8Leid mij, o HEER, in Uw gerechtigheid om mijner vijanden wil; maak Uw weg effen voor mijn aangezicht.
9Want er is geen oprechtheid in hun mond; hun binnenste is enkel verderf; hun keel is een open graf; met hun tong vleien zij.