VSV
StatenvertalingPsalmen 58:1
“Spreekt gij werkelijk gerechtigheid, o vergadering? Oordeelt gij rechtvaardig, o gij mensenkinderen?”
Kruisverwijzingen
Context
Psalmen 58 — omringende verzen
1
2Spreekt gij werkelijk gerechtigheid, o vergadering? Oordeelt gij rechtvaardig, o gij mensenkinderen?
Ja, in het hart werkt gij goddeloosheid; gij weegt het geweld van uw handen op de aarde.
3De goddelozen zijn vervreemd van de moederschoot af; zij dwalen af van de baarmoeder af en spreken leugens.
4Hun venijn is als het venijn van een slang; zij zijn als een dove adder die haar oor stopt,
5Die niet hoort naar de stem van de belezers, van de bezweerder die behendig bezweert.
6O God, verbreek hun tanden in hun mond; breek de kiezen van de jonge leeuwen uit, o HEER.