VSV
StatenvertalingPsalmen 6:3
“Mijn ziel is ook zeer verschrikt; maar U, o HEER, hoe lang?”
Kruisverwijzingen
Context
Psalmen 6 — omringende verzen
1
O HEER, bestraf mij niet in Uw toorn, en kastijd mij niet in Uw brandende gramschap.
2Wees mij genadig, o HEER, want ik ben verzwakt; o HEER, genees mij, want mijn beenderen zijn verschrikt.
3
4Mijn ziel is ook zeer verschrikt; maar U, o HEER, hoe lang?
Keer weder, o HEER, red mijn ziel; verlos mij om Uw goedertierenheid wil.
5Want in de dood is er geen gedachtenis aan U; wie zal U lof zeggen in het graf?
6Ik ben moede van mijn zuchten; alle nacht doe ik mijn bed zwemmen; met mijn tranen doorweek ik mijn legerstede.
7Mijn oog is uitgeteerd van verdriet; het is oud geworden vanwege al mijn vijanden.
8Wijkt van mij, alle bedrijvers der ongerechtigheid, want de HEER heeft de stem van mijn geween gehoord.