Richteren 13:12
“En Manoach zei: Wanneer uw woord nu in vervulling gaat, hoe moet de jongen dan behandeld worden, en wat moet er met hem gedaan worden?”
Kruisverwijzingen
Context
Richteren 13 — omringende verzen
Maar hij zei tot mij: Zie, gij zult zwanger worden en een zoon baren; nu dan, drink geen wijn of sterke drank en eet niets onreins, want de jongen zal van de moederschoot af tot aan de dag van zijn dood een Nazireeër voor God zijn.
8Toen smeekte Manoach de HEER en zei: O Heer, laat toch de man Gods die Gij gezonden hebt, nog eens tot ons komen en ons leren wat wij met de jongen die geboren zal worden, moeten doen.
9En God verhoorde de stem van Manoach; en de Engel Gods kwam weder tot de vrouw, terwijl zij op het veld zat; maar haar man Manoach was niet bij haar.
10En de vrouw haastte zich en liep en vertelde het haar man en zei tot hem: Zie, de man die de andere dag tot mij gekomen is, is mij verschenen.
11En Manoach stond op en ging zijn vrouw achterna, en hij kwam tot de man en zei tot hem: Zijt gij de man die tot deze vrouw gesproken heeft? En hij zei: Ik ben het.
En Manoach zei: Wanneer uw woord nu in vervulling gaat, hoe moet de jongen dan behandeld worden, en wat moet er met hem gedaan worden?
En de Engel van de HEER zei tot Manoach: Wat ik de vrouw gezegd heb, moet zij in acht nemen.
14Zij mag niets eten wat van de wijnstok komt, laat haar geen wijn of sterke drank drinken, noch enig onrein ding eten; alles wat ik haar geboden heb, moet zij onderhouden.
15En Manoach zei tot de Engel van de HEER: Laat ons u toch ophouden, totdat wij voor u een geitenbokje klaargemaakt hebben.
16En de Engel van de HEER zei tot Manoach: Al houdt gij mij op, ik zal van uw brood niet eten; maar als gij een brandoffer wilt bereiden, moet gij dat aan de HEER offeren. Want Manoach wist niet dat hij een Engel van de HEER was.
17En Manoach zei tot de Engel van de HEER: Wat is uw naam, opdat wij u kunnen eren wanneer uw woord in vervulling gaat?