Richteren 13:16
“En de Engel van de HEER zei tot Manoach: Al houdt gij mij op, ik zal van uw brood niet eten; maar als gij een brandoffer wilt bereiden, moet gij dat aan de HEER offeren. Want Manoach wist niet dat hij een Engel van de HEER was.”
Kruisverwijzingen
Context
Richteren 13 — omringende verzen
En Manoach stond op en ging zijn vrouw achterna, en hij kwam tot de man en zei tot hem: Zijt gij de man die tot deze vrouw gesproken heeft? En hij zei: Ik ben het.
12En Manoach zei: Wanneer uw woord nu in vervulling gaat, hoe moet de jongen dan behandeld worden, en wat moet er met hem gedaan worden?
13En de Engel van de HEER zei tot Manoach: Wat ik de vrouw gezegd heb, moet zij in acht nemen.
14Zij mag niets eten wat van de wijnstok komt, laat haar geen wijn of sterke drank drinken, noch enig onrein ding eten; alles wat ik haar geboden heb, moet zij onderhouden.
15En Manoach zei tot de Engel van de HEER: Laat ons u toch ophouden, totdat wij voor u een geitenbokje klaargemaakt hebben.
En de Engel van de HEER zei tot Manoach: Al houdt gij mij op, ik zal van uw brood niet eten; maar als gij een brandoffer wilt bereiden, moet gij dat aan de HEER offeren. Want Manoach wist niet dat hij een Engel van de HEER was.
En Manoach zei tot de Engel van de HEER: Wat is uw naam, opdat wij u kunnen eren wanneer uw woord in vervulling gaat?
18En de Engel van de HEER zei tot hem: Waarom vraagt gij naar mijn naam? Die is wonderlijk.
19Zo nam Manoach een geitenbokje met een spijsoffer en offerde het op een rots aan de HEER; en de Engel deed een wonderlijk werk; en Manoach en zijn vrouw zagen toe.
20Want het geschiedde, toen de vlam van het altaar omhoog naar de hemel opsteeg, dat de Engel van de HEER opvoer in de vlam van het altaar. En Manoach en zijn vrouw zagen het aan, en zij vielen op hun aangezicht ter aarde.
21Maar de Engel van de HEER verscheen Manoach en zijn vrouw niet meer. Toen begreep Manoach dat hij een Engel van de HEER was.