Richteren 13:20
“Want het geschiedde, toen de vlam van het altaar omhoog naar de hemel opsteeg, dat de Engel van de HEER opvoer in de vlam van het altaar. En Manoach en zijn vrouw zagen het aan, en zij vielen op hun aangezicht ter aarde.”
Kruisverwijzingen
Context
Richteren 13 — omringende verzen
En Manoach zei tot de Engel van de HEER: Laat ons u toch ophouden, totdat wij voor u een geitenbokje klaargemaakt hebben.
16En de Engel van de HEER zei tot Manoach: Al houdt gij mij op, ik zal van uw brood niet eten; maar als gij een brandoffer wilt bereiden, moet gij dat aan de HEER offeren. Want Manoach wist niet dat hij een Engel van de HEER was.
17En Manoach zei tot de Engel van de HEER: Wat is uw naam, opdat wij u kunnen eren wanneer uw woord in vervulling gaat?
18En de Engel van de HEER zei tot hem: Waarom vraagt gij naar mijn naam? Die is wonderlijk.
19Zo nam Manoach een geitenbokje met een spijsoffer en offerde het op een rots aan de HEER; en de Engel deed een wonderlijk werk; en Manoach en zijn vrouw zagen toe.
Want het geschiedde, toen de vlam van het altaar omhoog naar de hemel opsteeg, dat de Engel van de HEER opvoer in de vlam van het altaar. En Manoach en zijn vrouw zagen het aan, en zij vielen op hun aangezicht ter aarde.
Maar de Engel van de HEER verscheen Manoach en zijn vrouw niet meer. Toen begreep Manoach dat hij een Engel van de HEER was.
22En Manoach zei tot zijn vrouw: Wij zullen zeker sterven, want wij hebben God gezien.
23Maar zijn vrouw zei tot hem: Indien de HEER ons had willen doden, zou Hij geen brandoffer en spijsoffer uit onze handen aanvaard hebben, noch ons dit alles hebben laten zien, noch ons op dit ogenblik zulke dingen hebben doen horen.
24En de vrouw baarde een zoon en noemde zijn naam Simson; en de jongen groeide op en de HEER zegende hem.
25En de Geest van de HEER begon hem te bewegen op bepaalde tijden in het kamp van Dan, tussen Zora en Estaol.