Richteren 13:3
“En de Engel van de HEER verscheen aan de vrouw en zei tot haar: Zie toch, gij zijt onvruchtbaar en hebt niet gebaard; maar gij zult zwanger worden en een zoon baren.”
Kruisverwijzingen
Context
Richteren 13 — omringende verzen
En de kinderen Israëls deden opnieuw wat kwaad was in de ogen van de HEER; en de HEER gaf hen over in de hand van de Filistijnen, veertig jaar lang.
2En er was een zekere man uit Zora, uit het geslacht van de Danieten, wiens naam Manoach was; en zijn vrouw was onvruchtbaar en had niet gebaard.
En de Engel van de HEER verscheen aan de vrouw en zei tot haar: Zie toch, gij zijt onvruchtbaar en hebt niet gebaard; maar gij zult zwanger worden en een zoon baren.
Nu dan, wacht u toch en drink geen wijn of sterke drank, en eet niets onreins;
5Want zie, gij zult zwanger worden en een zoon baren; en geen scheermes zal op zijn hoofd komen, want de jongen zal van de moederschoot af een Nazireeër voor God zijn; en hij zal beginnen Israël te verlossen uit de hand van de Filistijnen.
6Toen ging de vrouw heen en vertelde het haar man en zei: Een man Gods is tot mij gekomen, en zijn aanzien was als het aanzien van een Engel Gods, zeer ontzagwekkend; maar ik vroeg hem niet vanwaar hij was, en zijn naam maakte hij mij niet bekend.
7Maar hij zei tot mij: Zie, gij zult zwanger worden en een zoon baren; nu dan, drink geen wijn of sterke drank en eet niets onreins, want de jongen zal van de moederschoot af tot aan de dag van zijn dood een Nazireeër voor God zijn.
8Toen smeekte Manoach de HEER en zei: O Heer, laat toch de man Gods die Gij gezonden hebt, nog eens tot ons komen en ons leren wat wij met de jongen die geboren zal worden, moeten doen.