Richteren 14:5
“Toen trok Simson af, en zijn vader en zijn moeder, naar Timna, en zij kwamen bij de wijngaarden van Timna; en zie, een jonge leeuw brulde hem tegemoet.”
Kruisverwijzingen
Context
Richteren 14 — omringende verzen
En Simson trok af naar Timna en zag in Timna een vrouw onder de dochters van de Filistijnen.
2En hij klom op en vertelde het zijn vader en zijn moeder en zei: Ik heb in Timna een vrouw gezien onder de dochters van de Filistijnen; nu dan, neemt haar voor mij tot vrouw.
3Toen zeiden zijn vader en zijn moeder tot hem: Is er dan geen vrouw onder de dochters van uw broeders of onder heel mijn volk, dat gij een vrouw gaat nemen bij de onbesneden Filistijnen? En Simson zei tot zijn vader: Neemt haar voor mij, want zij bevalt mij.
4Maar zijn vader en zijn moeder wisten niet dat dit van de HEER was, dat hij een aanleiding zocht tegen de Filistijnen; want te dien tijde hadden de Filistijnen heerschappij over Israël.
Toen trok Simson af, en zijn vader en zijn moeder, naar Timna, en zij kwamen bij de wijngaarden van Timna; en zie, een jonge leeuw brulde hem tegemoet.
En de Geest van de HEER kwam machtig over hem, en hij verscheurde hem als iemand die een geitenbokje verscheurt, en hij had niets in zijn hand; maar hij vertelde zijn vader noch zijn moeder wat hij gedaan had.
7En hij ging af en sprak met de vrouw, en zij beviel Simson.
8En na enige tijd keerde hij terug om haar te nemen, en hij week af om het karkas van de leeuw te bekijken; en zie, er was een bijenzwerm in het karkas van de leeuw, en honing.
9En hij schepte ervan in zijn handen en ging voort al etende, en hij ging naar zijn vader en moeder en gaf hun ervan, en zij aten; maar hij vertelde hun niet dat hij de honing uit het karkas van de leeuw genomen had.
10Zo trok zijn vader af naar de vrouw; en Simson richtte daar een maaltijd aan, want zo plachten de jonge mannen te doen.