Terug naar Richteren 18
VSV
Statenvertaling

Richteren 18:14

Toen antwoordden de vijf mannen die het land van Laïs hadden verspied en zeiden tot hun broeders: Weet u dat er in deze huizen een efod is en terafim en een gesneden beeld en een gegoten beeld? Overleg nu wat u te doen staat.

Kruisverwijzingen

Context

Richteren 18 — omringende verzen

9

En zij zeiden: Sta op, laat ons tegen hen optrekken; want wij hebben het land gezien, en zie, het is zeer goed. En zijt u nog werkeloos? Wees niet traag om op te trekken en het land in bezit te nemen.

10

Wanneer u gaat, zult u komen tot een volk dat gerust is, en tot een uitgestrekt land; want God heeft het in uw handen gegeven; een plaats waar geen gebrek is aan enig ding dat op aarde is.

11

En uit Zora en uit Estaol trokken van de familie der Danieten zeshonderd man, toegerust met oorlogswapens.

12

En zij trokken op en sloegen hun kamp op te Kirjath-Jearim in Juda; daarom noemde men die plaats Mahane-Dan tot op deze dag: zie, zij ligt achter Kirjath-Jearim.

13

En van daar trokken zij verder naar het gebergte van Efraïm en kwamen tot het huis van Micha.

14

Toen antwoordden de vijf mannen die het land van Laïs hadden verspied en zeiden tot hun broeders: Weet u dat er in deze huizen een efod is en terafim en een gesneden beeld en een gegoten beeld? Overleg nu wat u te doen staat.

15

En zij wendden zich daarheen en kwamen tot het huis van de jongeman, de Leviet, bij het huis van Micha, en groetten hem.

16

En de zeshonderd man, toegerust met hun oorlogswapens, die van de kinderen van Dan waren, stonden bij de ingang van de poort.

17

En de vijf mannen die het land hadden verspied, gingen naar boven en kwamen daarbinnen en namen het gesneden beeld en de efod en de terafim en het gegoten beeld; en de priester stond in de ingang van de poort met de zeshonderd man die toegerust waren met oorlogswapens.

18

En dezen gingen het huis van Micha in en namen het gesneden beeld, de efod, de terafim en het gegoten beeld. Toen zeide de priester tot hen: Wat doet u?

19

En zij zeiden tot hem: Zwijg, leg uw hand op uw mond, en ga met ons mee, en wees ons een vader en een priester; is het beter voor u priester te zijn voor het huis van één man, of priester te zijn voor een stam en een geslacht in Israël?