Richteren 19:29
“En toen hij in zijn huis gekomen was, nam hij een mes, en greep zijn bijvrouw aan, en verdeelde haar, met haar beenderen, in twaalf stukken, en zond haar in alle grenzen van Israël.”
Kruisverwijzingen
Context
Richteren 19 — omringende verzen
Zie, hier is mijn dochter, een maagd, en zijn bijvrouw; die zal ik nu naar buiten brengen, en vernedert hen en doet met hen wat goed is in uw ogen; maar doet deze man geen zo schandelijke zaak.
25Maar de mannen wilden naar hem niet luisteren; en de man nam zijn bijvrouw en bracht haar naar buiten tot hen; en zij kenden haar en misbruikten haar de gehele nacht tot de morgen; en toen de dageraad aanbrak, lieten zij haar gaan.
26Toen kwam de vrouw in het aanbreken van de dag, en viel neer aan de deur van het huis van de man waar haar heer was, totdat het licht werd.
27En haar heer stond 's morgens op, en opende de deuren van het huis, en ging naar buiten om zijn weg te gaan; en zie, de vrouw, zijn bijvrouw, lag gevallen aan de deur van het huis, met haar handen op de drempel.
28En hij zei tot haar: Sta op, laat ons gaan. Maar er antwoordde niemand. Toen nam de man haar op een ezel, en de man stond op en begaf zich naar zijn woonplaats.
En toen hij in zijn huis gekomen was, nam hij een mes, en greep zijn bijvrouw aan, en verdeelde haar, met haar beenderen, in twaalf stukken, en zond haar in alle grenzen van Israël.
En het geschiedde, dat allen die het zagen, zeiden: Zulk een daad is nooit gedaan noch gezien van de dag dat de kinderen Israëls optrokken uit het land Egypte tot op deze dag; neemt het ter harte, beraadslaagt u, en spreekt uw mening.