Richteren 21:1
“Nu hadden de mannen van Israël te Mizpa gezworen, zeggende: Niemand van ons zal zijn dochter aan Benjamin tot vrouw geven.”
Kruisverwijzingen
Context
Richteren 21 — omringende verzen
Nu hadden de mannen van Israël te Mizpa gezworen, zeggende: Niemand van ons zal zijn dochter aan Benjamin tot vrouw geven.
En het volk kwam ten huize Gods en bleef aldaar tot de avond voor God, en zij verhieven hun stem en weenden luid;
3En zij zeiden: O HEER, God van Israël, waarom is dit in Israël geschied, dat er heden één stam aan Israël ontbreekt?
4En het geschiedde op de volgende dag, dat het volk vroeg opstond en aldaar een altaar bouwde, en brandoffers en vredeoffers offerde.
5En de kinderen Israëls zeiden: Wie is er onder alle stammen van Israël die niet is opgekomen met de vergadering tot de HEER? Want zij hadden een grote eed gedaan aangaande hem die niet tot de HEER was opgekomen naar Mizpa, zeggende: Hij zal voorzeker ter dood gebracht worden.
6En de kinderen Israëls hadden berouw over Benjamin, hun broeder, en zeiden: Heden is er één stam van Israël afgesneden.