Terug naar Richteren 21
VSV
Statenvertaling

Richteren 21:5

En de kinderen Israëls zeiden: Wie is er onder alle stammen van Israël die niet is opgekomen met de vergadering tot de HEER? Want zij hadden een grote eed gedaan aangaande hem die niet tot de HEER was opgekomen naar Mizpa, zeggende: Hij zal voorzeker ter dood gebracht worden.

Kruisverwijzingen

Context

Richteren 21 — omringende verzen

1

Nu hadden de mannen van Israël te Mizpa gezworen, zeggende: Niemand van ons zal zijn dochter aan Benjamin tot vrouw geven.

2

En het volk kwam ten huize Gods en bleef aldaar tot de avond voor God, en zij verhieven hun stem en weenden luid;

3

En zij zeiden: O HEER, God van Israël, waarom is dit in Israël geschied, dat er heden één stam aan Israël ontbreekt?

4

En het geschiedde op de volgende dag, dat het volk vroeg opstond en aldaar een altaar bouwde, en brandoffers en vredeoffers offerde.

5

En de kinderen Israëls zeiden: Wie is er onder alle stammen van Israël die niet is opgekomen met de vergadering tot de HEER? Want zij hadden een grote eed gedaan aangaande hem die niet tot de HEER was opgekomen naar Mizpa, zeggende: Hij zal voorzeker ter dood gebracht worden.

6

En de kinderen Israëls hadden berouw over Benjamin, hun broeder, en zeiden: Heden is er één stam van Israël afgesneden.

7

Hoe zullen wij doen voor vrouwen voor hen die overblijven, aangezien wij bij de HEER gezworen hebben dat wij hun onze dochters niet tot vrouwen zullen geven?

8

En zij zeiden: Welke is er van de stammen van Israël die niet opgekomen is naar Mizpa tot de HEER? En zie, er was niemand uit het kamp van Jabes-Gilead naar de vergadering gekomen.

9

Want het volk werd geteld, en zie, er was niemand van de inwoners van Jabes-Gilead aanwezig.

10

En de vergadering zond daarheen twaalf duizend man van de dappersten, en gebood hun, zeggende: Ga heen en sla de inwoners van Jabes-Gilead met de scherpte des zwaards, met de vrouwen en de kinderen.