Terug naar Richteren 21
VSV
Statenvertaling

Richteren 21:18

Doch wij mogen hun geen vrouwen geven van onze dochters; want de kinderen Israëls hebben gezworen, zeggende: Vervloekt zij wie een vrouw aan Benjamin geeft.

Kruisverwijzingen

Context

Richteren 21 — omringende verzen

13

En de gehele vergadering zond boodschappers om te spreken tot de kinderen van Benjamin die aan de rots Rimmon waren, en riep hun vreedzaam toe.

14

En Benjamin keerde op die tijd terug; en men gaf hun de vrouwen die men in leven had gehouden van de vrouwen van Jabes-Gilead; doch zo waren er nog niet genoeg voor hen.

15

En het volk berouwde het om Benjamin, omdat de HEER een breuk gemaakt had in de stammen van Israël.

16

Toen zeiden de oudsten der vergadering: Wat zullen wij doen voor vrouwen voor hen die overgebleven zijn, aangezien de vrouwen uit Benjamin uitgeroeid zijn?

17

En zij zeiden: Er moet een erfenis zijn voor hen die uit Benjamin ontkomen zijn, opdat een stam niet uitgeroeid worde uit Israël.

18

Doch wij mogen hun geen vrouwen geven van onze dochters; want de kinderen Israëls hebben gezworen, zeggende: Vervloekt zij wie een vrouw aan Benjamin geeft.

19

Toen zeiden zij: Zie, er is een jaarlijks feest des HEREN te Silo, op een plaats die ten noorden van Bethel ligt, aan de oostzijde van de heerweg die van Bethel naar Sichem opgaat, en ten zuiden van Lebona.

20

Daarom geboden zij de kinderen van Benjamin, zeggende: Ga heen en legt een hinderlaag in de wijngaarden;

21

En let op, en zie, wanneer de dochters van Silo uitkomen om in de reien te dansen, komt dan uit de wijngaarden te voorschijn, en grijpt elk voor zich een vrouw van de dochters van Silo, en trekt naar het land van Benjamin.

22

En het zal geschieden, wanneer hun vaders of hun broeders tot ons komen om te klagen, dat wij tot hen zullen zeggen: Weest hun welgezind om onzentwil; want wij hebben in de oorlog voor ieder geen vrouw bewaard; ook hebt gij hun op dit tijdstip niet gegeven, anders zoudt gij schuldig geweest zijn.

23

En de kinderen van Benjamin deden alzo, en namen vrouwen naar hun getal, van hen die dansten, die zij grepen; en zij gingen heen en keerden terug naar hun erfenis, en herbouwden de steden en woonden daarin.