Richteren 4:11
“Nu had Heber de Keniet, die van de kinderen van Hobab, de schoonvader van Mozes, afkomstig was, zich afgescheiden van de Kenieten, en zijn tent opgeslagen bij de terebint van Zaänaïm, die bij Kedes is.”
Kruisverwijzingen
Context
Richteren 4 — omringende verzen
En zij zond heen en riep Barak, de zoon van Abinoam, uit Kedes-Naftali, en zeide tot hem: Heeft de HEER, de God van Israël, niet geboden: Ga heen en trek op naar de berg Tabor, en neem met u tienduizend man uit de kinderen van Naftali en uit de kinderen van Zebulon?
7En Ik zal tot u aan de beek Kison doen komen Sisera, de overste van het leger van Jabin, met zijn strijdwagens en zijn menigte; en Ik zal hem in uw hand geven.
8En Barak zeide tot haar: Als gij met mij gaat, zal ik gaan; maar als gij niet met mij gaat, zal ik niet gaan.
9En zij zeide: Ik zal voorzeker met u gaan; doch de weg die gij bewandelt, zal u niet tot eer strekken; want de HEER zal Sisera verkopen in de hand van een vrouw. En Debora stond op en ging met Barak naar Kedes.
10En Barak riep Zebulon en Naftali bijeen te Kedes; en tienduizend man trokken achter hem aan; en Debora trok met hem op.
Nu had Heber de Keniet, die van de kinderen van Hobab, de schoonvader van Mozes, afkomstig was, zich afgescheiden van de Kenieten, en zijn tent opgeslagen bij de terebint van Zaänaïm, die bij Kedes is.
En men berichtte Sisera dat Barak, de zoon van Abinoam, opgetrokken was naar de berg Tabor.
13En Sisera vergaderde al zijn strijdwagens, namelijk negenhonderd ijzeren strijdwagens, en al het volk dat bij hem was, van Haroset der volken tot aan de beek Kison.
14En Debora zeide tot Barak: Op, want dit is de dag waarop de HEER Sisera in uw hand heeft gegeven; is de HEER niet voor u uitgetrokken? En Barak daalde af van de berg Tabor, en tienduizend man achter hem aan.
15En de HEER verschrikte Sisera en al zijn strijdwagens en al zijn leger met de scherpte des zwaards voor het aangezicht van Barak; zodat Sisera van zijn strijdwagen sprong en vluchtte te voet.
16Maar Barak achtervolgde de strijdwagens en het leger tot Haroset der volken; en al het leger van Sisera viel door de scherpte des zwaards; er bleef niet één man over.