Terug naar Richteren 6
VSV
Statenvertaling

Richteren 6:35

En hij zond boden door heel Manasse, die ook achter hem samengeroepen werd; en hij zond boden naar Aser, en naar Zebulon, en naar Naftali, en zij trokken op hen tegemoet.

Kruisverwijzingen

Context

Richteren 6 — omringende verzen

30

Toen zeiden de mannen der stad tot Joas: Breng uw zoon naar buiten, opdat hij sterve, omdat hij het altaar van Baäl heeft afgebroken, en omdat hij het gewijde bos heeft afgehouwen dat daarbij was.

31

En Joas zei tot allen die tegen hem stonden: Zult gijlieden voor Baäl pleiten? Zult gij hem verlossen? Wie voor hem pleit, zal ter dood gebracht worden terwijl het nog morgen is. Is hij een god, laat hem dan voor zichzelf pleiten, omdat iemand zijn altaar heeft afgebroken.

32

Daarom noemde men hem op die dag Jerubbaäl, zeggende: Laat Baäl tegen hem pleiten, omdat hij zijn altaar heeft afgebroken.

33

Toen werden al de Midianieten en Amalekieten en de kinderen van het oosten samen vergaderd, en zij trokken over, en legerden zich in het dal van Jizreël.

34

Maar de Geest van de HEER kwam over Gideon, en hij blies op de bazuin; en Abiëzer werd achter hem samengeroepen.

35

En hij zond boden door heel Manasse, die ook achter hem samengeroepen werd; en hij zond boden naar Aser, en naar Zebulon, en naar Naftali, en zij trokken op hen tegemoet.

36

En Gideon zei tot God: Als U Israël door mijn hand wilt verlossen, zoals U gezegd hebt,

37

Zie, ik zal een wolken vlies op de dorsvloer leggen; en als de dauw alleen op het vlies is en het droog is op de gehele aarde daaromheen, dan zal ik weten dat U Israël door mijn hand wilt verlossen, zoals U gezegd hebt.

38

En het geschiedde zo: want hij stond de volgende morgen vroeg op, wrong het vlies samen en wrong de dauw uit het vlies, een kom vol water.

39

En Gideon zei tot God: Laat Uw toorn niet tegen mij ontbranden, en ik zal nog slechts deze ene maal spreken: laat mij, bid ik U, nog slechts deze ene maal een proef nemen met het vlies; laat het nu droog zijn alleen op het vlies, en op de gehele grond zij dauw.

40

En God deed zo die nacht: want het was droog op het vlies alleen, en op de gehele grond was dauw.