Terug naar Richteren 6
VSV
Statenvertaling

Richteren 6:32

Daarom noemde men hem op die dag Jerubbaäl, zeggende: Laat Baäl tegen hem pleiten, omdat hij zijn altaar heeft afgebroken.

Kruisverwijzingen

Context

Richteren 6 — omringende verzen

27

Toen nam Gideon tien mannen van zijn knechten, en deed zoals de HEER tot hem gesproken had; en het geschiedde, omdat hij het huisgezin zijns vaders en de mannen der stad vreesde, dat hij het niet bij dag kon doen, dat hij het bij nacht deed.

28

En toen de mannen der stad vroeg in de morgen opstonden, zie, het altaar van Baäl was afgebroken, en het gewijde bos dat daarbij was, was afgehouwen, en de tweede stier was geofferd op het altaar dat gebouwd was.

29

En zij zeiden de een tot de ander: Wie heeft dit gedaan? En toen zij onderzochten en navraag deden, zeiden zij: Gideon, de zoon van Joas, heeft dit gedaan.

30

Toen zeiden de mannen der stad tot Joas: Breng uw zoon naar buiten, opdat hij sterve, omdat hij het altaar van Baäl heeft afgebroken, en omdat hij het gewijde bos heeft afgehouwen dat daarbij was.

31

En Joas zei tot allen die tegen hem stonden: Zult gijlieden voor Baäl pleiten? Zult gij hem verlossen? Wie voor hem pleit, zal ter dood gebracht worden terwijl het nog morgen is. Is hij een god, laat hem dan voor zichzelf pleiten, omdat iemand zijn altaar heeft afgebroken.

32

Daarom noemde men hem op die dag Jerubbaäl, zeggende: Laat Baäl tegen hem pleiten, omdat hij zijn altaar heeft afgebroken.

33

Toen werden al de Midianieten en Amalekieten en de kinderen van het oosten samen vergaderd, en zij trokken over, en legerden zich in het dal van Jizreël.

34

Maar de Geest van de HEER kwam over Gideon, en hij blies op de bazuin; en Abiëzer werd achter hem samengeroepen.

35

En hij zond boden door heel Manasse, die ook achter hem samengeroepen werd; en hij zond boden naar Aser, en naar Zebulon, en naar Naftali, en zij trokken op hen tegemoet.

36

En Gideon zei tot God: Als U Israël door mijn hand wilt verlossen, zoals U gezegd hebt,

37

Zie, ik zal een wolken vlies op de dorsvloer leggen; en als de dauw alleen op het vlies is en het droog is op de gehele aarde daaromheen, dan zal ik weten dat U Israël door mijn hand wilt verlossen, zoals U gezegd hebt.