Terug naar Richteren 9
VSV
Statenvertaling

Richteren 9:11

Maar de vijgenboom zeide tot hen: Zou ik mijn zoetheid verlaten en mijn goede vrucht, en heengaan om verheven te worden boven de bomen?

Kruisverwijzingen

Context

Richteren 9 — omringende verzen

6

En al de mannen van Sichem en het gehele huis van Millo kwamen samen, en zij gingen en maakten Abimelech koning, bij de eik van de pilaar die te Sichem stond.

7

En toen men het aan Jotham vertelde, ging hij staan op de top van de berg Gerizim, verhief zijn stem en riep, en zeide tot hen: Hoort naar mij, gij mannen van Sichem, opdat God ook naar u hore.

8

De bomen gingen eens op weg om een koning over zich te zalven, en zij zeiden tot de olijfboom: Heerst gij over ons.

9

Maar de olijfboom zeide tot hen: Zou ik mijn vettigheid verlaten, waarmee zij door mij God en mensen eren, en heengaan om verheven te worden boven de bomen?

10

Toen zeiden de bomen tot de vijgenboom: Kom gij en heerst over ons.

11

Maar de vijgenboom zeide tot hen: Zou ik mijn zoetheid verlaten en mijn goede vrucht, en heengaan om verheven te worden boven de bomen?

12

Toen zeiden de bomen tot de wijnstok: Kom gij en heerst over ons.

13

En de wijnstok zeide tot hen: Zou ik mijn wijn verlaten, die God en mensen verblijdt, en heengaan om verheven te worden boven de bomen?

14

Toen zeiden al de bomen tot de doornstruik: Kom gij en heerst over ons.

15

En de doornstruik zeide tot de bomen: Indien gij mij in waarheid tot koning over u zalft, komt dan en schuilt onder mijn schaduw; maar zo niet, laat er vuur uitgaan uit de doornstruik en de ceders van de Libanon verteren.

16

Welnu, indien gij waarlijk en oprecht gehandeld hebt, toen gij Abimelech tot koning maaktet, en indien gij goed gedaan hebt aan Jerubbaal en zijn huis, en hem gedaan hebt naar de verdienste van zijn handen—