Richteren 9:43
“En hij nam het volk en deelde het in drie troepen, en legde een hinderlaag in het veld, en zag toe, en zie, het volk trok uit de stad; en hij stond op tegen hen en sloeg hen.”
Kruisverwijzingen
Context
Richteren 9 — omringende verzen
Toen zeide Zebul tot hem: Waar is nu uw mond, waarmee gij zeidet: Wie is Abimelech, dat wij hem dienen? Is dit niet het volk dat gij veracht hebt? Ga toch uit nu en strijd met hen.
39En Gaäl trok uit voor de mannen van Sichem en streed met Abimelech.
40En Abimelech joeg hem na, en hij vluchtte voor hem, en velen vielen gewond neer tot aan de ingang van de poort.
41En Abimelech woonde te Aruma; en Zebul verdreef Gaäl en zijn broeders, zodat zij niet in Sichem konden wonen.
42En het geschiedde des anderen daags, dat het volk uittrok in het veld; en men berichtte het aan Abimelech.
En hij nam het volk en deelde het in drie troepen, en legde een hinderlaag in het veld, en zag toe, en zie, het volk trok uit de stad; en hij stond op tegen hen en sloeg hen.
En Abimelech en de troep die met hem was, snelden vooruit en stonden aan de ingang van de stadspoort; en de twee andere troepen vielen aan op al het volk dat in het veld was, en doodden hen.
45En Abimelech bestreed de stad de gehele dag; en hij nam de stad in, doodde het volk dat daarin was, brak de stad neer en zaaide die met zout.
46En toen al de mannen van de toren van Sichem dit hoorden, gingen zij in de sterkte van het huis van de god Berith.
47En men berichtte aan Abimelech, dat alle mannen van de toren van Sichem bijeengekomen waren.
48En Abimelech klom op de berg Zalmon, hij en al het volk dat met hem was; en Abimelech nam een bijl in zijn hand, en hieuw een tak van de bomen, en nam die op zijn schouder, en zeide tot het volk dat met hem was: Wat gij mij hebt zien doen, haast u en doe als ik gedaan heb.