Romeinen 1:21
“Omdat zij, hoewel zij God kenden, Hem als God niet verheerlijkt noch gedankt hebben; maar zij zijn ijdel geworden in hun overleggingen, en hun onverstandig hart is verduisterd geworden.”
Kruisverwijzingen
Context
Romeinen 1 — omringende verzen
Want ik schaam mij het evangelie van Christus niet; want het is een kracht van God tot zaligheid voor een ieder die gelooft; voor de Jood eerst, en ook voor de Griek.
17Want daarin wordt de gerechtigheid van God geopenbaard van geloof tot geloof; gelijk geschreven staat: De rechtvaardige zal uit het geloof leven.
18Want de toorn van God wordt geopenbaard vanuit de hemel over alle goddeloosheid en ongerechtigheid der mensen, die de waarheid in ongerechtigheid ten onder houden;
19Omdat hetgeen van God gekend kan worden, onder hen openbaar is; want God heeft het hun geopenbaard.
20Want Zijn onzichtbare dingen, namelijk Zijn eeuwige kracht en Goddelijkheid, worden van de schepping der wereld aan uit Zijn werken verstaan en doorzien; zodat zij geen verontschuldiging hebben:
Omdat zij, hoewel zij God kenden, Hem als God niet verheerlijkt noch gedankt hebben; maar zij zijn ijdel geworden in hun overleggingen, en hun onverstandig hart is verduisterd geworden.
Zich uitgevende voor wijzen, zijn zij dwazen geworden,
23En hebben de heerlijkheid van de onverderfelijke God veranderd in de gelijkenis van het beeld van een verderfelijk mens, en van vogels, en van viervoetige dieren, en van kruipende dieren.
24Daarom heeft God hen ook overgegeven aan de onreinheid door de begeerlijkheden van hun eigen harten, om hun lichamen onder elkander te onteren;
25Die de waarheid van God veranderd hebben in een leugen, en het schepsel gediend en geëerd hebben boven de Schepper, Die te prijzen is in eeuwigheid. Amen.
26Om deze reden heeft God hen overgegeven aan schandelijke hartstochten; want ook hun vrouwen hebben het natuurlijk gebruik veranderd in het gebruik dat tegen de natuur is;