Romeinen 1:16
“Want ik schaam mij het evangelie van Christus niet; want het is een kracht van God tot zaligheid voor een ieder die gelooft; voor de Jood eerst, en ook voor de Griek.”
Kruisverwijzingen
Context
Romeinen 1 — omringende verzen
Want ik verlang u te zien, opdat ik u enige geestelijke gave mededeel, ten einde gij versterkt moogt worden;
12Dat is, opdat ik samen met u vertroost mag worden door het gemeenschappelijk geloof, zowel van u als van mij.
13Maar ik wil niet, broeders, dat u onkundig is, dat ik menigmaal voorgenomen heb tot u te komen, (doch tot nu toe verhinderd werd,) opdat ik ook onder u enige vrucht mocht hebben, gelijk ook onder de overige heidenen.
14Ik ben schuldenaar zowel aan de Grieken als aan de barbaren; zowel aan de wijzen als aan de onwijzen.
15Zo is het mijn begeerte, voor zover het in mij is, om ook u die te Rome zijt het evangelie te verkondigen.
Want ik schaam mij het evangelie van Christus niet; want het is een kracht van God tot zaligheid voor een ieder die gelooft; voor de Jood eerst, en ook voor de Griek.
Want daarin wordt de gerechtigheid van God geopenbaard van geloof tot geloof; gelijk geschreven staat: De rechtvaardige zal uit het geloof leven.
18Want de toorn van God wordt geopenbaard vanuit de hemel over alle goddeloosheid en ongerechtigheid der mensen, die de waarheid in ongerechtigheid ten onder houden;
19Omdat hetgeen van God gekend kan worden, onder hen openbaar is; want God heeft het hun geopenbaard.
20Want Zijn onzichtbare dingen, namelijk Zijn eeuwige kracht en Goddelijkheid, worden van de schepping der wereld aan uit Zijn werken verstaan en doorzien; zodat zij geen verontschuldiging hebben:
21Omdat zij, hoewel zij God kenden, Hem als God niet verheerlijkt noch gedankt hebben; maar zij zijn ijdel geworden in hun overleggingen, en hun onverstandig hart is verduisterd geworden.