Romeinen 1:13
“Maar ik wil niet, broeders, dat u onkundig is, dat ik menigmaal voorgenomen heb tot u te komen, (doch tot nu toe verhinderd werd,) opdat ik ook onder u enige vrucht mocht hebben, gelijk ook onder de overige heidenen.”
Kruisverwijzingen
Context
Romeinen 1 — omringende verzen
Allereerst dank ik mijn God door Jezus Christus voor u allen, dat uw geloof verkondigd wordt in de gehele wereld.
9Want God is mijn getuige, Wie ik dien met mijn geest in het evangelie van Zijn Zoon, dat ik u zonder ophouden gedenk in mijn gebeden;
10Biddende, of ik nu eindelijk te eniger tijd een voorspoedige reis moge hebben, door de wil van God, om tot u te komen.
11Want ik verlang u te zien, opdat ik u enige geestelijke gave mededeel, ten einde gij versterkt moogt worden;
12Dat is, opdat ik samen met u vertroost mag worden door het gemeenschappelijk geloof, zowel van u als van mij.
Maar ik wil niet, broeders, dat u onkundig is, dat ik menigmaal voorgenomen heb tot u te komen, (doch tot nu toe verhinderd werd,) opdat ik ook onder u enige vrucht mocht hebben, gelijk ook onder de overige heidenen.
Ik ben schuldenaar zowel aan de Grieken als aan de barbaren; zowel aan de wijzen als aan de onwijzen.
15Zo is het mijn begeerte, voor zover het in mij is, om ook u die te Rome zijt het evangelie te verkondigen.
16Want ik schaam mij het evangelie van Christus niet; want het is een kracht van God tot zaligheid voor een ieder die gelooft; voor de Jood eerst, en ook voor de Griek.
17Want daarin wordt de gerechtigheid van God geopenbaard van geloof tot geloof; gelijk geschreven staat: De rechtvaardige zal uit het geloof leven.
18Want de toorn van God wordt geopenbaard vanuit de hemel over alle goddeloosheid en ongerechtigheid der mensen, die de waarheid in ongerechtigheid ten onder houden;