Romeinen 1:11
“Want ik verlang u te zien, opdat ik u enige geestelijke gave mededeel, ten einde gij versterkt moogt worden;”
Kruisverwijzingen
Context
Romeinen 1 — omringende verzen
Onder wie ook gij zijt, de geroepenen van Jezus Christus:
7Aan allen die te Rome zijn, geliefden van God, geroepen heiligen: Genade zij u en vrede van God, onze Vader, en de Heer Jezus Christus.
8Allereerst dank ik mijn God door Jezus Christus voor u allen, dat uw geloof verkondigd wordt in de gehele wereld.
9Want God is mijn getuige, Wie ik dien met mijn geest in het evangelie van Zijn Zoon, dat ik u zonder ophouden gedenk in mijn gebeden;
10Biddende, of ik nu eindelijk te eniger tijd een voorspoedige reis moge hebben, door de wil van God, om tot u te komen.
Want ik verlang u te zien, opdat ik u enige geestelijke gave mededeel, ten einde gij versterkt moogt worden;
Dat is, opdat ik samen met u vertroost mag worden door het gemeenschappelijk geloof, zowel van u als van mij.
13Maar ik wil niet, broeders, dat u onkundig is, dat ik menigmaal voorgenomen heb tot u te komen, (doch tot nu toe verhinderd werd,) opdat ik ook onder u enige vrucht mocht hebben, gelijk ook onder de overige heidenen.
14Ik ben schuldenaar zowel aan de Grieken als aan de barbaren; zowel aan de wijzen als aan de onwijzen.
15Zo is het mijn begeerte, voor zover het in mij is, om ook u die te Rome zijt het evangelie te verkondigen.
16Want ik schaam mij het evangelie van Christus niet; want het is een kracht van God tot zaligheid voor een ieder die gelooft; voor de Jood eerst, en ook voor de Griek.