VSV
StatenvertalingRomeinen 10:1
“Broeders, de begeerte van mijn hart en mijn gebed tot God voor Israël is, dat zij behouden mogen worden.”
Kruisverwijzingen
Context
Romeinen 10 — omringende verzen
1
2Broeders, de begeerte van mijn hart en mijn gebed tot God voor Israël is, dat zij behouden mogen worden.
Want ik getuig van hen, dat zij een ijver voor God hebben, maar niet naar kennis.
3Want omdat zij de gerechtigheid van God niet kenden en hun eigen gerechtigheid trachtten te vestigen, hebben zij zich aan de gerechtigheid van God niet onderworpen.
4Want Christus is het einde der wet tot gerechtigheid voor een ieder die gelooft.
5Want Mozes beschrijft de gerechtigheid die uit de wet is, aldus: De mens die deze dingen doet, zal daardoor leven.
6Maar de gerechtigheid die uit het geloof is, spreekt aldus: Zeg niet in uw hart: Wie zal in de hemel opklimmen? dat is, om Christus van boven neer te halen.