Romeinen 10:8
“Maar wat zegt zij? Het Woord is u nabij, ja in uw mond en in uw hart; dit is het Woord des geloofs, dat wij prediken.”
Kruisverwijzingen
Context
Romeinen 10 — omringende verzen
Want omdat zij de gerechtigheid van God niet kenden en hun eigen gerechtigheid trachtten te vestigen, hebben zij zich aan de gerechtigheid van God niet onderworpen.
4Want Christus is het einde der wet tot gerechtigheid voor een ieder die gelooft.
5Want Mozes beschrijft de gerechtigheid die uit de wet is, aldus: De mens die deze dingen doet, zal daardoor leven.
6Maar de gerechtigheid die uit het geloof is, spreekt aldus: Zeg niet in uw hart: Wie zal in de hemel opklimmen? dat is, om Christus van boven neer te halen.
7Of: Wie zal in de afgrond nederdalen? dat is, om Christus uit de doden omhoog te brengen.
Maar wat zegt zij? Het Woord is u nabij, ja in uw mond en in uw hart; dit is het Woord des geloofs, dat wij prediken.
Want indien u met uw mond belijdt dat Jezus de Heer is, en in uw hart gelooft dat God Hem uit de doden heeft opgewekt, zult u behouden worden.
10Want met het hart gelooft men tot gerechtigheid, en met de mond belijdt men tot zaligheid.
11Want de Schrift zegt: Een ieder die in Hem gelooft, zal niet beschaamd worden.
12Want er is geen onderscheid tussen Jood en Griek; want dezelfde Heer is Heer van allen, rijk voor allen die Hem aanroepen.
13Want een ieder die de naam van de Heer aanroept, zal behouden worden.