Romeinen 11:30
“Want zoals gij eertijds God niet hebt geloofd, maar nu barmhartigheid verkregen hebt door hun ongeloof,”
Kruisverwijzingen
Context
Romeinen 11 — omringende verzen
Want ik wil niet, broeders, dat u dit geheimenis onbekend zij, opdat gij niet wijs zoudt zijn in uw eigen oog: dat verharding ten dele over Israël gekomen is, totdat de volheid der heidenen zal binnengegaan zijn.
26En zo zal geheel Israël zalig worden, gelijk geschreven staat: Uit Sion zal de Verlosser komen en zal de goddeloosheden van Jakob afwenden.
27Want dit is Mijn verbond met hen, wanneer Ik hun zonden zal wegnemen.
28Wat het Evangelie betreft, zijn zij vijanden om uwentwil; maar wat de verkiezing betreft, zijn zij geliefden om der vaderen wil.
29Want de genadegaven en de roeping van God zijn onberouwelijk.
Want zoals gij eertijds God niet hebt geloofd, maar nu barmhartigheid verkregen hebt door hun ongeloof,
Alzo hebben ook dezen nu niet geloofd, opdat ook zij door uw barmhartigheid barmhartigheid zouden verkrijgen.
32Want God heeft hen allen in het ongeloof besloten, opdat Hij over allen barmhartig zou zijn.
33O diepte van de rijkdom, beide van de wijsheid en van de kennis Gods! Hoe ondoorgrondelijk zijn Zijn oordelen en onnaspeurlijk Zijn wegen!
34Want wie heeft de zin des Heren gekend, of wie is Zijn raadsman geweest?
35Of wie heeft Hem eerst iets gegeven, en het zal hem weer vergolden worden?