Romeinen 14:10
“Maar gij, waarom oordeelt gij uw broeder? Of ook gij, waarom veracht gij uw broeder? Want wij zullen allen voor de rechterstoel van Christus verschijnen.”
Kruisverwijzingen
Context
Romeinen 14 — omringende verzen
De een acht de ene dag boven de andere, een ander acht alle dagen gelijk. Laat een ieder in zijn eigen overtuiging volkomen verzekerd zijn.
6Wie op de dag let, let daarop voor de Heer; en wie op de dag niet let, let daarop niet voor de Heer. Wie eet, eet voor de Heer, want hij dankt God; en wie niet eet, eet niet voor de Heer, en dankt God.
7Want niemand van ons leeft voor zichzelf, en niemand sterft voor zichzelf.
8Want hetzij wij leven, wij leven voor de Heer; hetzij wij sterven, wij sterven voor de Heer. Hetzij wij dan leven, hetzij wij sterven, wij zijn des Heren.
9Want hiertoe is Christus ook gestorven en opgestaan en weder levend geworden, opdat Hij Heer zou zijn zowel over doden als over levenden.
Maar gij, waarom oordeelt gij uw broeder? Of ook gij, waarom veracht gij uw broeder? Want wij zullen allen voor de rechterstoel van Christus verschijnen.
Want er staat geschreven: Zo waarlijk als Ik leef, zegt de Heer, voor Mij zal elke knie zich buigen, en elke tong zal God belijden.
12Zo zal dan ieder van ons voor zichzelf rekenschap geven aan God.
13Laten wij elkaar dan niet meer oordelen; maar oordeelt dit liever, dat niemand zijn broeder een struikelblok of aanleiding tot vallen in de weg legt.
14Ik weet en ben overtuigd in de Heer Jezus, dat niets op zichzelf onrein is; maar voor hem die iets als onrein beschouwt, voor hem is het onrein.
15Maar als uw broeder om uw spijs bedroefd wordt, wandelt u niet meer naar de liefde. Verderf hem niet door uw spijs, voor wie Christus gestorven is.