Terug naar Romeinen 14
VSV
Statenvertaling

Romeinen 14:8

Want hetzij wij leven, wij leven voor de Heer; hetzij wij sterven, wij sterven voor de Heer. Hetzij wij dan leven, hetzij wij sterven, wij zijn des Heren.

Kruisverwijzingen

Context

Romeinen 14 — omringende verzen

3

Wie eet, verachte hem niet die niet eet; en wie niet eet, oordele hem niet die eet, want God heeft hem aangenomen.

4

Wie zijt gij, dat gij een dienaar van een ander oordeelt? Voor zijn eigen heer staat of valt hij. Doch hij zal staande gehouden worden, want God is machtig om hem staande te houden.

5

De een acht de ene dag boven de andere, een ander acht alle dagen gelijk. Laat een ieder in zijn eigen overtuiging volkomen verzekerd zijn.

6

Wie op de dag let, let daarop voor de Heer; en wie op de dag niet let, let daarop niet voor de Heer. Wie eet, eet voor de Heer, want hij dankt God; en wie niet eet, eet niet voor de Heer, en dankt God.

7

Want niemand van ons leeft voor zichzelf, en niemand sterft voor zichzelf.

8

Want hetzij wij leven, wij leven voor de Heer; hetzij wij sterven, wij sterven voor de Heer. Hetzij wij dan leven, hetzij wij sterven, wij zijn des Heren.

9

Want hiertoe is Christus ook gestorven en opgestaan en weder levend geworden, opdat Hij Heer zou zijn zowel over doden als over levenden.

10

Maar gij, waarom oordeelt gij uw broeder? Of ook gij, waarom veracht gij uw broeder? Want wij zullen allen voor de rechterstoel van Christus verschijnen.

11

Want er staat geschreven: Zo waarlijk als Ik leef, zegt de Heer, voor Mij zal elke knie zich buigen, en elke tong zal God belijden.

12

Zo zal dan ieder van ons voor zichzelf rekenschap geven aan God.

13

Laten wij elkaar dan niet meer oordelen; maar oordeelt dit liever, dat niemand zijn broeder een struikelblok of aanleiding tot vallen in de weg legt.