Romeinen 2:21
“Gij dan, die een ander onderwijst, onderwijst gij uzelf niet? Gij die predikt dat men niet stelen zal, steelt gij?”
Kruisverwijzingen
Context
Romeinen 2 — omringende verzen
Op de dag wanneer God de verborgenheden der mensen zal oordelen door Jezus Christus, naar mijn evangelie.
17Zie, gij wordt een Jood genaamd en rust in de wet, en roemt in God,
18En kent Zijn wil, en onderscheidt de dingen die voortreffelijker zijn, onderwezen zijnde uit de wet;
19En vertrouwt dat gij zelf een leidsman der blinden zijt, een licht voor hen die in de duisternis zijn,
20Een onderwijzer der onverstandigen, een leermeester der onmondigen, hebbende de gedaante der kennis en der waarheid in de wet.
Gij dan, die een ander onderwijst, onderwijst gij uzelf niet? Gij die predikt dat men niet stelen zal, steelt gij?
Gij die zegt dat men geen overspel zal doen, doet gij overspel? Gij die de afgoden verafschuwt, berooft gij de tempels?
23Gij die in de wet roemt, onteert gij God door de overtreding der wet?
24Want de naam van God wordt door u gelasterd onder de heidenen, gelijk geschreven staat.
25Want de besnijdenis is wel nuttig, als gij de wet houdt; maar als gij een overtreder der wet zijt, is uw besnijdenis tot onbesnijdenis geworden.
26Indien dan de onbesnedene de rechtmatigheden der wet onderhoudt, zal zijn onbesnijdenis niet tot besnijdenis gerekend worden?